|
|
|
Zien is vanzelfsprekend..?
|
Was zien maar zo vanzelfsprekend als we altijd aannemen. Kijken
wordt mensen net als lopen of praten geleerd. Ooit hebben we allemaal leren
lopen, fietsen en leren kijken. Bij het leren kijken kunnen er allerlei
problemen ontstaan, klein en groot, die in het begin onopvallend, maar toch
van invloed op het gedrag zijn. Een kind heeft bijvoorbeeld leer- en concentratieproblemen
en presteert bij sportlessen of op school minder dan normaal. De ontwikkeling
van het kind raakt daardoor steeds verder achter. Met als gevolg een toenemende
faalangst, leer- en gedragsproblemen en of concentratieproblemen. |
|
Problemen bij de visuele waarneming oftewel het zien kunnen zowel bij
kinderen als volwassenen ontstaan.
|
Visuele waarnemingsproblemen kunnen ontstaan tijdens de zwangerschap
of geboorte, door motorische ontwikkelingsproblemen, een ongeluk of door
een medische oorzaak. Indien visuele waarnemingsproblemen tijdens de kindertijd
worden genegeerd, leidt dit tot slechte schoolprestaties en een minder goede
maatschappelijke en sociale ontwikkeling van het kind. Als een visueel waarnemingprobleem
op latere leeftijd optreedt, is dat voor deze persoon goed waarneembaar
en is dit goed kenbaar te maken. Bij baby's, peuters, kleuters is het hele
systeem nog in ontwikkeling en daarom kunnen deze kinderen niet aangeven
dat er eventueel visuele waarnemingsproblemen zijn. Dr. G.N. Getman heeft
een observatielijst voor kinderen tot 5 jaar samengesteld, welke u helpen
eventuele problemen te kunnen opmerken.
|
|
De ontwikkeling van het gezichtsvermogen.
|
Een kind heeft aangeboren reflexen en heeft 4 tot 6 jaar
nodig om vanuit deze reflexen de visuele, ruimtelijke waarneming goed te
ontwikkelen. Een kind leert om ogen te richten, ze scherp te stellen, om
dingen te herkennen en afstand en snelheid in te schatten en het leert deze
waarnemingen samen te voegen met andere zintuiglijke waarnemingen zoals
horen, voelen, ruiken en proeven. Wanneer deze ontwikkeling verstoord wordt,
kunnen er problemen ontstaan. Een kind heeft dan bijvoorbeeld moeite om
te leren fietsen en zwemmen, kan ballen niet goed gooien en vangen, het
heeft concentratieproblemen of het is hyperactief. Het kind gaat dan bepaalde
oefeningen weigeren, wil niet sporten enz. Het kind is bezig zijn/haar gedrag
onbewust aan te passen! Zo omzeilt het kind de problemen bij het zien. De
werkelijke oorzaak van de problemen, een storing bij het zien, worden vaak
niet meteen herkend.
|
Kinderen tussen 4 en 12 jaar
|
De onbewuste gedragsaanpassingen, zoals hierboven genoemd,
leren kinderen zichzelf meestal aan als ze tussen de 4 en 12 jaar oud zijn.
Treedt er een verstoring op in de ontwikkeling van het gezichtsvermogen,
dan loopt de ontwikkeling van een kind al snel achter. De indrukken die
een kind opdoet in zijn jonge jaren moeten snel verwerkt worden. Als het
lichaam en met name de gezichtsvermogen dan niet snel meewerken, wordt het
gedrag aangepast. Het lichaam zal voor de problemen een oplossing proberen
te zoeken. Dit uit zich in gedragsveranderingen. Het kind wil dan niet graag
meer sporten, lezen, fietsen of met andere kinderen spelen en wordt druk
en onzeker. Het weet zich met zijn houding niet goed raad. En dat is natuurlijk
erg jammer, omdat het probleem, zeker als het op tijd herkend wordt, voor
een deel en misschien zelfs helemaal opgelost had kunnen worden!
|
|