|
|
De Dr. Getman Stichting
|
De Dr. Getman Stichting is een Functioneel
Optometrisch Centrum. De optologie richt zich op het waarnemen
en het zien als een totaal proces en spoort daarbij de "verborgen"
oorzaken op als het zien problemen veroorzaakt. De aandacht
gaat niet alleen uit naar de ogen maar naar de totale inspanning
die het kost om "te zien". Daarvoor is een hele reeks
testen ontwikkeld. Zijn er problemen geconstateerd dan moet
de oorzaak worden opgespoord. Sommige oorzaken kunnen ook door
een optoloog niet verholpen worden, maar daartegenover staan
vele gevallen waarbij een behandeling tot zeer goede resultaten
heeft geleid. 
|
|
Dr. Getman
|
Dr. Getman was een beroemde Amerikaanse functionele
optoloog die als grondlegger wordt beschouwd van de moderne
Functionele Optometrie. Dr. Getman is nauw betrokken geweest
bij de oprichting van de Dr. Getman Stichting in Rotterdam.
|
|
Wat doet een optoloog?
|
De Optoloog beschouwt het zien als een totaal
proces. Dat betekent, dat hij niet alleen naar de ogen kijkt,
maar naar het totale proces dat nodig is om te zien. Zo is het
van belang te weten hoe het richten van de ogen gaat, is er
sprake van een over of onder convergentie, hoe goed gaat de
oogsprong (vooral belangrijk bij het lezen), is de accommodatie
(scherpstellingsflexibiliteit) wel voldoende en hoe is de oogsamenwerking
ontwikkeld.
De optoloog geeft trainingsadviezen op het gebied van scheelzien,
luie ogen, bijziendheid en leer en leesproblemen. (Dyslexie) |
|
Wat is Functionele Optometrie?
|
Functionele optometrie is de internationale benaming
voor optologie. In Nederland wordt vooral de benaming optologie
gebruikt. De reden hiervoor is dat de optologen zich duidelijk
willen onderscheiden van opticiens. Opticiens mogen zich na een HBO opleiding optometrie, optometrist noemen, maar zij doen iets heel anders dan
de optoloog. Om verwarring te voorkomen wordt daarom in Nederland
bij voorkeur de naam optoloog gebruikt. |
|
Wanneer spreken we van DYSLEXIE?
|
Dyslexie is een ontwikkelingsprobleem, dat behoort
tot het terrein van de leerstoornissen.
Er zijn in de loop der jaren veel misverstanden ontstaan over
de aard en achtergrond van dyslexie. Aanvankelijk bedoelde men
er problemen bij het lezen en spellen mee en dat is wat ons
betreft momenteel nog de beste omschrijving van dit symptoom.
Lees- en spellingsproblemen zijn vrijwel nooit op zichzelf staande
problemen bij het leren. Telkens blijkt dat die samenhangen
met andere moeilijkheden op het terrein van organisatie van
de informatieverwerking, zoals kijken, luisteren, geheugen,
het neurologische systeem of stofwisselingsproblemen.
In onze praktijk is gebleken dat oogmotorische oefeningen vrijwel
altijd zin hebben, als men er maar voldoende tijd aan besteedt,
vooral om het geleerde te laten inslijpen, automatiseren. Ook
het gebruik van een therapeutische bril heeft een grote positieve
uitwerking op de oogmotorische vaardigheden bij het lezen en
schrijven.
Op basis van onderzoeken weten we dat er geen wondermiddelen
bestaan die dyslexie kunnen opheffen. Ondanks misleidende berichten
daarover door verschillende disciplines, is er nog steeds geen
eensluidende behandelingsmethode die succes garandeert voor
iedereen en dat is jammer.
Dat geldt dus ook voor de op de website dyslexietraining.nl
aangeboden oefeningen; ze zijn bedoeld om het proces van lezen
en spellen te helpen verbeteren, maar bieden geen afdoende oplossing.
Altijd is een controleerbare diagnose en behandeling onder supervisie
een eerste vereiste.
Men zal bemerken, dat er verschillend over dyslexie gesproken
wordt en dat bemoeilijkt de kijk erop voor veel ouders en kinderen,
die ermee te maken krijgen. Laten we het erop houden, dat dyslexie
altijd een belangrijk aspect vormt van een leerprobleem. Andere
problemen kunnen er in mee spelen en daarom nogmaals, de diagnose
hoort toe aan een ‘specialist”.
|
|
Testen
|
Door middel van testen kunnen vaardigheden als;
oogvolgbewegingen, oogsprongen, oogsamenwerking, accommoderen,
ruimtelijke oriëntatie en organisatie, scherpzien en diepte
zien worden getest.
Deze testen worden uitgevoerd met bv. een phoroptor zoals bij
de opticiën, maar daarnaast zijn er nog een aantal andere
apparaten, zoals een computerbril die de oogbewegingen registreert
tijdens het lezen.
|
|
Training
|
De optoloog heeft een scala van mogelijkheden
om de ogen en de visuele informatie verwerking te trainen. De
training is de eerste drie maanden eenmaal per week en duurt
50 minuten. Daarnaast moet er elke dag 5 tot 10 minuten geoefend
worden. Na drie maanden wordt er samen met de optoloog bekeken
of de frequentie van de trainingen terug kunnen naar eenmaal
per twee weken. De personen die deelnemen aan het trainingsprogramma
bij de Dr. Getman Stichting kunnen de benodigde trainingsmaterialen
huren.
Getraind wordt met; plus brillen, prisma brillen, accommodatie
flippers, trampoline, evenwichtsplank, computer-programma’s,
polaroid brillen, rood/groen brillen, bioptor, ruler, vectogrammen,
elektronisch kralenkoord, Wayne fixator, fusie kaarten, accommodatie
kaarten, tachistoscope, stereo projecties, syntonics audio-visuele
lateraal training, talking pen, Hardinger Brush en het Billy
board.
Omdat er veel oorzaken kunnen zijn voor een oogafwijking, zal
de optoloog niet altijd alle problemen kunnen oplossen. Soms
is verder medisch onderzoek toch nodig of is de visuele waarneming
niet met training alleen op te lossen. De optoloog zal dit dan
met de persoon bespreken en zal hierin adviseren. |
|
Zien is vanzelfsprekend...?
|
Was zien maar zo vanzelfsprekend als wij altijd
aannemen. Kijken wordt mensen net als lopen of praten geleerd.
Ooit hebben we allemaal leren lopen, fietsen en leren kijken.
Bij het leren kijken kunnen allerlei problemen ontstaan, klein
en groot, medisch of functioneel. Die in het begin misschien
onopvallend, maar toch van invloed op het gedrag zijn. Een kind
kan daardoor bijvoorbeeld leer-/lees- of concentratie problemen
krijgen of bijziend worden of een lui oog ontwikkelen. |
|
Problemen bij de visuele waarneming
kunnen zowel bij kinderen als volwassenen ontstaan.
|
Visuele waarnemingsproblemen kunnen ontstaan
tijdens de zwangerschap of geboorte, door motorische ontwikkelingsproblemen,
een ongeluk of een medische oorzaak. Indien visuele waarnemingsproblemen
tijdens de kindertijd worden genegeerd, leidt dit tot slechte
schoolprestaties, en een minder goede maatschappelijke en sociale
ontwikkeling van het kind.
Als een visueel waarnemingsprobleem op latere leeftijd optreedt,
is dat voor deze persoon goed waarneembaar en is dit goed kenbaar
te maken. Bij baby’s, peuters, kleuters is het hele systeem
nog in ontwikkeling en daarom kunnen deze kinderen niet aangeven
dat er eventueel visuele waarnemingsproblemen zijn. Dr. G.N.
Getman heeft een observatielijst voor kinderen tot 5 jaar samengesteld,
welke U helpen eventuele problemen te kunnen opmerken.
|
|
De ontwikkeling van het gezichtsvermogen.
|
Een kind komt ter wereld met aangeboren reflexen
en heeft 4 tot 6 jaar nodig om vanuit deze reflexen de visuele,
ruimtelijke waarneming goed te ontwikkelen. Een kind leert om
de ogen te richten, ze scherp te stellen om dingen te herkennen
en afstand en snelheid in te schatten. Het leert deze waarnemingen
samen te voegen met andere zintuiglijke waarnemingen, zoals
horen, voelen, ruiken en proeven. Wanneer deze ontwikkeling
verstoord wordt, kunnen er problemen ontstaan. Een kind heeft
dan bijvoorbeeld moeite om te leren fietsen, zwemmen, kan ballen
niet goed gooien en vangen, leren en lezen. Ook concentratieproblemen
of hyperactiviteit komen voor. Het kind gaat dan bepaalde oefeningen
of taken weigeren. Het kind is bezig zijn/haar gedrag onbewust
aan te passen! Zo omzeilt het kind de problemen bij het visueel
waarnemen. De werkelijke oorzaak van de problemen, de visuele
informatie verwerking, wordt vaak niet meteen herkend.
|
|
Kinderen tussen 4 en 12 jaar
|
De onbewuste gedragsaanpassingen, zoals hierboven
genoemd, leren kinderen zichzelf meestal aan als ze tussen de
4 en 12 jaar oud zijn. Treedt er een verstoring op in de ontwikkeling
van het gezichtsvermogen, dan loopt de ontwikkeling van een
kind al snel achter. De indrukken die een kind opdoet in zijn
jonge jaren moeten snel verwerkt worden. Als het lichaam en
met name de gezichtsvermogen dan niet snel meewerken, wordt
het gedrag aangepast. Het lichaam zal voor de problemen een
oplossing proberen te zoeken. Dit uit zich in gedragsveranderingen.
Het kind wil dan niet graag meer sporten, lezen, fietsen of
met andere kinderen spelen en wordt druk en onzeker. Het weet
zich met zijn houding niet goed raad. En dat is natuurlijk erg
jammer, omdat het probleem, zeker als het op tijd herkend wordt,
voor een deel en misschien zelfs helemaal opgelost had kunnen
worden! 
|
|
Problemen worden lang niet altijd goed
behandeld.
|
Leer-/leesproblemen kunnen vele oorzaken hebben
en deze oorzaken worden vaak moeilijk herkend. De belangrijkste
reden hiervan is dat kinderen de oorzaak bij zichzelf niet gemakkelijk
zullen herkennen. Vaak zoekt het lichaam zelf al meteen naar
een oplossing en past het gedrag zodanig aan, dat de problemen
enigszins ondervangen worden. Verder wordt er vanuit verschillende
(para)
medische beroepen vaak los van elkaar en vanuit het eigen vakgebied
naar de oorzaak van het probleem gezocht. Daarbij wordt de oorzaak
altijd in het eigen vakgebied gezocht, terwijl de oorzaak ook
ergens anders kan liggen.
Zo zoeken schoolartsen, oogartsen, orthoptisten en opticiëns
bij kinderen meestal niet verder dan naar een lui oog, scheelzien
of het scherp zien in de verte, terwijl veel kijkactiviteiten
bij kinderen op school juist dichtbij plaats vinden. De optoloog
kijkt daarom vooral naar de oogmotorische vaardigheden bij het
lezen.
|
|