Ontwikkeling van specifieke bewegingspatronen

De ontwikkeling van de fijne of specifieke motoriek stelt het kind in staat zijn lichaamsdelen meer met elkaar te laten samenwerken. Aldus is een kind in staat de wereld om hem heen meer en meer te onderzoeken, vooral middels coördinatie tussen handen en ogen. De ontwikkeling van de specifieke bewegingspatronen spelen een grote rol bij de toekomstige handelingen van het kind. Ook gaat het kind zijn omgeving meer en meer met behulp van zijn fijne motoriek onderzoeken. Dit onderzoeken gaat in eerste instantie meer met de handen; het kind heeft nog niet genoeg aan alleen maar kijken. Het onderzoeken of ontdekken vindt direct bij het kind plaats, vooral door middel van manipulatie. Dit in tegenstelling tot de ontwikkeling van de algemene ontwikkelingspatronen, waarbij het kind de ruimte met zijn grote/grove motoriek verkent.

Bij de ontwikkeling van de specifieke motoriek wordt een onderscheid gemaakt in de volgende motorische componenten:
De hand – oog coördinatie
De hand coördinatie
De hand – voet relatie
Het reageren op stem geluid
Het reageren op non verbale actiesbottomTop


De ontwikkeling van de hand – oog coördinatie.

Zoals we eerder in dit artikel zagen, is de start van de hand – oog al vroeg in de ontwikkeling waar te nemen. Echter voordat er een perfecte oog – hand coördinatie is, welke wij nodig hebben voor een goede samenwerking, bij bijvoorbeeld het schrijven, is nog een lange weg te gaan. De ontwikkeling van de oog – hand coördinatie kenmerkt zich door het feit dat de handen de ogen sturen. De hand motoriek stuurt de ogen in het begin nog weinig gedifferentieerd. Naarmate de handmotoriek zich kwalitatief verder ontwikkeld, neemt de samenwerking van ogen en handen toe. In de vroeg motorische ontwikkeling stuurt de hand het oog, zoals we dat bij een baby zien. De baby pakt het speeltje op, betast het en brengt het in zijn visuele veld. Deze handeling versterkt als het ware de visuele indruk. Naarmate het kind ouder wordt, nodigt het visuele systeem meer uit tot handmotoriek en is er meer sprake van oog – hand coördinatie. Echter in de fase van ongeveer 2 – 5 jaar blijven de handen controleren wat de ogen zien. Veel ouders kunnen met hun peuter / kleuter moeilijk een zelfbedieningszaak binnen gaan zonder dat hun kroost veelvuldig met de handen moeten controleren wat de ogen hebben gezien.
Pas na het opdoen van voldoende motorische, tast en visuele indrukken is het kind in staat om meer alleen op zijn visuele indruk af te gaan zonder controle van de andere sensorische modaliteiten. Andere dan de visuele modaliteiten versterken het geheel van de oog – hand coördinatie, zoals tast en auditieve indrukken. Dit vind meestal plaats rond het 6e of 7e jaar en pas dan is er een goede samenwerking tussen ogen en handen. Op deze leeftijd kunnen de ogen de handen dus goed sturen en is het kind toe aan de start van het schrijfproces.Top