|
|
Hand coördinatie
|
| Zoals we bij de algemene bewegingspatronen
zagen, kunnen we in het begin van de motorische ontwikkeling
veel alternerende bewegingsvormen zien. Ook de arm – hand
motoriek vindt in deze fase alternerend plaats. Echter al snel
zien we aan de armen ook symmetrische bewegingsvormen. Het lijkt
alsof de motorische ontwikkeling aan de armen en handen sneller
plaatsvindt dan aan de benen. Bij de handen is de symmetrie
belangrijker voor het vastpakken, het alternerend bewegen is
meer van belang ter ondersteuning van het voortbewegen. Ook
zal het duidelijk zijn dat alle eenhandige werpvormen, vooral
met klein materiaal, alternerend plaatsvindt. We zien dus door
elkaar symmetrie en alternerend bewegen bij de arm – hand
motoriek, de symmetrie meer ten gunste van het vast pakken en
wel in een vroege fase (3-6 maanden); het alternerend bewegen
van de armen / handen zien we wat later, vooral als het lopen
wat beter beheerst wordt (ongeveer na de 24e maand).
Laten we, om de ontwikkeling van de hand coördinatie wat
beter te kunnen volgen, eens kijken naar de ontwikkeling van
het gooien en vangen. Bij het gooien en vangen van een bal zien
we eerst het symmetrisch rollen en gooien verschijnen. Bij deze
activiteit speelt de oog controle een grote rol. Het is echter
een controle achteraf, omdat de snelheid van het vergeren nog
onvoldoende is op dit moment. Daardoor is het ook nog niet mogelijk
een bal te vangen. Het convergeren gecombineerd met een juiste
sturing van de beide handen lukt in aanvang ook nog niet. Rollen
van een bal is dan ook meer op zijn plaats dan vangen, dit rond
de leeftijd van 2 – 3 jaar. Wanneer er voldoende motorische
en sensorische informatie is opgedaan, is het kind beter in
staat om met een goede oog – hand samenwerking een bal
te vangen. Nadat de coördinatie van de handen en armen
te opzichte van elkaar goed symmetrisch heeft ontwikkeld, zien
we, rond het 6e jaar, meer eenhandige werpvormen naar voren
komen. Pas rond het 8e jaar zien we het eenhandig vangen van
een bal goed verschijnen. Dan vindt het vangen dus weer plaats
met de alternerende motoriek. Als deze ontwikkeling van de hand-/oog
en de oog-/hand coördinatie goed geïntegreerd heeft
plaatsgevonden, staat het kind bij de eenhandige werpvormen
in kruisgang. Bij het gooien / vangen met de rechterhand, staat
het linkerbeen voor. Pas dan is er een goede motorische integratie.
Dit ligt algemeen rond het 9e jaar.   |
|
Hand- en voetvoorkeur
|
| Om de relatie tussen hand- en voetvoorkeur
te kunnen begrijpen dienen we ons goed te realiseren dat er
een fors verschil in kwaliteit van bewegen bestaat. De beenmotoriek
blijft voornamelijk functioneren op het niveau van het alternerend
bewegen. Daarentegen gaat de motorische ontwikkeling van de
handen via alternerend en symmetrisch bewegen over in een lateralisatie
fase leidend tot een uitgesproken voorkeur. De handmotoriek
bevindt zich uiteindelijk in een verder uitgerijpt kwalitatief
bewegingsproces, terwijl de beenmotoriek in een veel vroegere
motorische ontwikkeling blijft steken.
De hand en voet voorkeur zijn, zoals we al eerder zagen, afhankelijk
van de dominantie van de hersenhelft. Deze hersenhelft is dominant
voor allerlei motorische en cognitieve functies, dus ook de
hand en voet voorkeur zou dezelfde moeten zijn. Gezien het blijven
steken in een wat primitievere fase van de beenmotoriek, wordt
de voorkeursbeen ontwikkeling bedreigd door vele externe factoren.
Een verstuikte enkel of een langdurig pijnlijk been hebben op
de daarvoor gevoelige tijdstippen in de ontwikkeling veel negatieve
invloed. Het kind kan dan, door pijn of ongemak, kiezen voor
het andere been als voorkeursbeen. Bij een ongestoorde motorische
ontwikkeling zou er rond het 7e jaar eenzelfde hand en voet
voorkeur behoren te zijn. 
|
|
Reageren op geluid
|
| Het reageren op geluid vindt plaats vanaf de
geboorte. Bij het plotseling horen van veel geluid reageert
de baby middels de MORO reflex, met overmatig veel bewegen.
Een motorische reactie op een auditieve stimulans vindt plaats.
Bij de baby lijkt het gehoorszintuig nog overgevoelig te zijn
en in het begin vindt er dan ook betrekkelijk veel bewegen plaats
op relatief weinig geluid. Na een aantal dagen vindt er echter
al een aangepastere reactie plaats. Zo is er een aantal dagen
tot 1 week na de geboorte een reactie van de baby te zien op
het stemgeluid van de moeder. Deze interactie neemt in de eerst
volgende maanden toe, tot het imiteren van de eerste woordjes.
De start van de actieve spraak zien we na de 12e maand en kent
een groet variëteit in ontwikkeling.
Later als de taal zijn inhoud heeft gekregen, reageert het kind
weer meer motorisch op verbaal gestelde opdrachten (zie verder
bij de ontwikkeling van communicatie patronen).   |
|
Reageren op non verbale acties
|
| Non verbale reacties zien we al snel na de
geboorte. Wanneer de baby de gelaatsuitdrukking van moeder ziet,
reageert het met een gelijksoortige gelaatsuitdrukking of motorische
actie (trappelen van de benen als uiting van herkenning). Het
reageren op een gelaatsuitdrukking van moeder of anderen vindt
al snel plaats. Het reageren op een gebaar vraag veel meer abstractie
en vindt later plaats, echter ook hierin kunnen we een ontwikkelingsaspect
zien. Reactie van het kind op een armgebaar “kom eens
in mijn huisje” of op wenken, zijn voorbeelden die vooral
in de peuter/kleuter leeftijd zich voordoen en worden veelal
gevolgd door een motorische reactie van het kind, afhankelijk
van zijn veiligheidsgevoel. Het kind is in staat om aangepast
te reageren, als het een goede hechtingsontwikkeling doormaakt
en daarmee een juist veiligheidsgevoel heeft. Op wat oudere
leeftijd begrijpt het kind meer abstractere gebaren. Uiteindelijk
stelt deze ontwikkeling het kind in staat om op een juiste en
goede manier sociaal te functioneren. Echter ook deze ontwikkeling
is afhankelijk van het visueel waarnemen. Een gebaar moet je
wel kunnen zien om het goed te interpreteren en daarmee op een
juiste wijze te kunnen reageren. Uiteindelijk is ook de ontwikkeling
van sociale patronen deels afhankelijk van het gehele gebied
van het visueel waarnemen.
|
|