|
|
Fusie (Oogsamenwerking)
|
| Dit is de mogelijkheid van de ogen, samen te
werken, om zo diepte zicht te krijgen, ruimtelijke oriëntatie
en organisatie te ontwikkelen.
|
|
Saccadics (kleine oogsprongetjes)
|
| Bij het kijken naar een voorwerp, scant het
oog dit voorwerp door heel kleine oogsprongen te maken. Dit
komt het duidelijks tot uiting bij het lezen. Een normale lezer
maakt ongeveer 5 oogsprongen per seconde, waarbij de fixatie
ongeveer 170 msec duurt en de oogsprong (saccadics) 30 msec. 
|
|
Vergenties (het richten van de ogen
dichtbij en veraf)
|
| Vergentie is de mogelijkheid om de ogen samen
dichtbij en veraf de ogen snel en goed te richten. Dit is van
belang bij het overschrijven van het schoolboord, in het verkeer
en bij balsport.   |
|
Rotatie (oogbewegingen naar alle richtingen)
|
| Ieder oog heeft zes buitenste oogspieren, waarmee
de ogen worden gericht. In de ontwikkeling van ons zien wordt
in het begin stadium gebruik gemaakt van de nek of halsspieren,
om het gebrek aan oogmotorische vaardigheden te compenseren.
Bij schoolrijpheid, dient dan ook gekeken te worden naar de
vaardigheid van deze spieren en de coördinatie van de oogspieren
met de andere motorische vaardigheden, zoals bijvoorbeeld oog
hand.
|
|