BENODIGDHEDEN
Een mat.
OPDRACHT 1
De leerling ligt op de grond met het gezicht naar het plafond.
Met de linkerhand wordt het linkeroog door de leerling afgedekt.
De rechterarm wordt nu gestrekt de lucht in en gevraagd wordt
naar de duim te kijken. De leerling gaat nu langzaam met de
arm heen en weer (van links naar rechts en weer terug). De leerling
volgt de duim onafgebroken. De leerling doet deze opdracht ook
met het rechteroog afgedekt en volgt dan de linkerduim. Zowel
voor het linker- als het rechteroog gaat de leerling 10x heen
en weer.
OPDRACHT 2
De leerling ligt op de grond met het gezicht naar boven, zoals
in de vorige opdracht. Als het linkeroog is afgedekt, volgt
de leerling de rechterduim, maar nu op en neer De leerling doet
deze opdracht ook met het rechteroog afgedekt. Zowel voor het
linker- als het rechteroog beweegt de duim 10x op en neer.
OPDRACHT 3
De leerling ligt op de grond met het gezicht naar boven, zoals
in de vorige opdrachten. Als het linkeroog weer is afgedekt,
volgt de leerling zijn rechterduim die nu een cirkel beweging
maakt. De leerling doet deze opdracht ook met het rechteroog
afgedekt. Zowel voor het linker- als het rechteroog beweegt
de leerling zijn duim 10x in een cirkel beweging.
OPDRACHT 4
De leerling doet nu de oefeningen uit opdracht 1,2 en 3 maar
nu met beide ogen geopend en gebruikt zijn voorkeurshand.
TIJDSDUUR
Iedere opdracht duurt maximaal 2 minuten voor ieder oog. Bij
opdracht 4 duurt maximaal 2 minuten voor beide ogen.
Let op
Mocht de leerling de arm niet goed bewegen, dan kunt u de arm
sturen. Maar laat de leering altijd naar zijn eigen duim kijken,
zodat hier sprake is van hand stuurt oog.
|