Deze oefening is bedoeld voor het verbeteren
van het evenwicht door middel van lichaamsoriëntatie.
BENODIGDHEDEN
Voor de grond vormen een mat.
INSTRUCTIE
Deze serie kent een opbouw in moeilijkheidsgraad; je moet zeker
zijn dat een leerling een oefenvorm beheerst, alvorens de volgende
stap in de oefenserie te zetten.
OPDRACHT 1
Vanuit handen-en knieënstand, een arm voorwaarts optillen,
zodat deze in het verlengde van de romp komt; hou dit 5 tellen
vol. Wissel om met de andere arm.
OPDRACHT 2
Vanuit handen- en knieënstand, één been
achterwaarts optillen c.q. strekken, zodat het been in het verlengde
van de romp komt; hou het been 3 tot 5 tellen van de grond;
wissel daarna om.
OPDRACHT 3
Til vanuit handen- en knieënstand, de linker arm en het
rechterbeen op, zoals bij opdracht 1 en 2; hou dit 3 tot 5 tellen
vol; wissel daarna om.
OPDRACHT 4
Zoals opdracht 3, maar nu in telgangvorm, dat wil zeggen: til
de linkerarm en het linkerbeen tegelijk op gedurende 3 tot 5
tellen. Wissel ook om.
OPDRACHT 5
Knieënstand; til één knie gedurende 3 tot
5 tellen op (zonder steun van de handen). Wissel ook om.
OPDRACHT 6
Vanuit knieënstand, langzaam één voet naar
voren zetten zodat de voet plat op de grond komt te staan. Maak
deze beweging langzaam en bewaar hierbij het evenwicht. Plaats
deze voet terug. Doe dit ook met de andere voet.
OPDRACHT 7
Rechtop staan, voeten dicht tegen elkaar aan; 5 tot 10 tellen
doodstil blijven staan. Tel hierbij langzaam hardop.
OPDRACHT 8
Rechtop staan, waarbij de ene voet recht voor de andere staat
(alsof je op een lijn staat), 5 tot 10 tellen doodstil blijven
staan; tel langzaam hardop. Wissel ook om, zodat de andere voet
voor komt te staan.
OPDRACHT 9
Rechtop staan, met de voeten gekruist voor elkaar. Blijf 5
tot 10 tellen doodstil rechtop staan. Wissel ook om.
OPDRACHT 10
Rechtop staan, met één voet zachtjes de grond
aantikken, naast je, voor je, achter je, langs voor (d.w.z.
met de linkervoet, naar rechts voor en andersom) en achter langs.
TIJDSDUUR
Iedere opdracht duurt maximaal 5 minuten.
|