BENODIGDHEDEN
Een koord van ongeveer 50 cm lengte. Drie kralen, liefst van
verschillende kleur.
OPDRACHT 1
Schuif de kralen zo op het koord, dat de eerste kraal ongeveer
10 cm van het begin afzit. De tweede kraal zit dan ongeveer
15 cm van de eerste en de derde ook 15 cm van de tweede kraal.
De leerling houdt nu het begin van het koord onder de neus en
het andere eind met de andere hand recht voor zich. De leerling
kijkt nu naar de middelste kraal. Als de leerling de oefening
goed doet, ziet hij twee koorden in die kraal verdwijnen. Laat
de leerling naar de eerste kraal kijken; ook daar ziet hij twee
koorden samenkomen in die kraal. Zo ook bij de derde kraal.
Vraag wat er nog meer gezien wordt. Komen de koorden precies
in de kraal waarnaar gekeken wordt samen?
Is dat ook zo, als er snel wisselend gekeken wordt van de ene
naar de andere kraal?
OPDRACHT 2
Gebruik makend van het koord uit de vorige opdracht, wordt
nu met de hand die het koord op afstand houdt, een cirkel gemaakt.
Herhaal hetgeen in de vorige opdracht besproken is.
TIJDSDUUR
Iedere opdracht duurt maximaal 3 minuten.

|